Veel ondernemers richten zich op één sector en zijn daardoor zeer specialistisch én efficiënt, maar deze specialistische verdeling heeft ook nadelen. Kansen voor samenwerking tussen sectoren en bijvoorbeeld sluiten van kringlopen, die historisch gezien binnen één bedrijf plaatsvonden, blijven liggen. Ter illustratie: de bollensector heeft last van een dalend beschikbaar fosfaatgehalte in de bodem en de melkveehouderij wordt beperkt in uitbreiding door een maximum aan productie van fosfaat. Samenwerken biedt kansen voor beide sectoren. Hieronder ziet u een aantal voorbeelden van samenwerkingen in Noord-Holland.

Voorbeelden van samenwerkingen in Noord-Holland:

  • Een bollenteler, akkerbouwer of groenteteler gebruikt land bij melkveehouder (en krijgt daar mest bij)
  • Akkerbouwer en melkveehouder ruilen grond (snijmais in akkerbouwrotatie) inclusief mestafzet
  • Akkerbouwer teelt snijmais voor veehouder in ruil voor drijfmest
  • Akkerbouwer teelt snijmais ‘voor de handel’ (dus geen relatie) en gebruiken dierlijke mest ‘uit de handel’ (ook geen relatie)
  • Melkveehouder koopt mais op de markt en zet mest af (zonder relatie met akkerbouwers)
  • Bollenteler op duinzandgrond gebruikt vaste mest van veehouders
  • Akkerbouw, bollen, groenten en/of gras/mais in één vruchtwisseling (meerdere grondgebruikers)