Op 3 april vond de tweede themabijeenkomst plaats met als onderwerp bodemvruchtbaarheid. Wim van Dijk, onderzoeker bij Wageningen University & Research en betrokken bij de uitvoering van het project, verzorgde de aftrap over dit belangrijke thema. Koos Verloop, ook onderzoeker bij Wageningen University Research, nam vervolgens het stokje over en vertelde meer over bemesting bij wisselbouw van gras- en bouwland.

Wim van Dijk ging in op de algemene aspecten van bodemvruchtbaarheid en zoomde vervolgens in op de organische stofvoorziening. Volgens Van Dijk is de eerste stap het opstellen van een organische stofbalans waarbij de aanvoer via gewasresten en organische mest wordt afgezet tegen de afbraak.

Bouwplannen
Vervolgens werden de bouwplannen besproken van de deelnemers. De samenwerking met melkveehouders leidt er bij de deelnemers toe dat zowel bij de akkerbouwer/groenteteler als bij de melkveehouder 2-3 jarig gras wordt afgewisseld met bouwlandgewassen. Bij de akkerbouwer wordt dan meestal het graan vervangen door het gras van de melkveehouder. Voor het bouwland leidt dit tot een hogere organische stofvoorziening dan voor de samenwerking. Voor open teelt bedrijven die ruilen met andere open teelt bedrijven is de organische stof voorziening uit gewasresten lager. Er zal dan meer via organische mest moeten worden gecompenseerd.

Bemesting bij wisselbouw van gras- en bouwland
Vervolgens vertelde Koos Verloop meer over de N-bemesting in teeltsystemen waarbij grasperiodes worden afgewisseld met bouwlandperiodes. Hij deed dit aan de hand van de resultaten van proefbedrijf De Marke op zandgrond. Daarop wordt mais geteeld in afwisseling met gras.

Om onnodige uitspoeling in de bouwlandfase zoveel mogelijk te voorkomen moet er volgens Verloop zeer terughoudend worden bemest in het jaar na scheuren. Op proefboerderij De Marke wordt uitgegaan van een nulbemesting. Het bemestingsadvies gaat uit van een korting van 100 kg N per ha in het eerste jaar en 30 kg N per ha in het tweede jaar. Onderzoek op De Marke laat zien dat een netjes uitgevoerde wisselteelt niet hoeft te leiden tot meer uitspoeling. Dat er minder N nodig is ervaren ook de deelnemers.