Nieuwsberichten

//Nieuwsberichten
Nieuwsberichten2019-02-21T14:52:35+00:00

Verbeteren bodemvruchtbaarheid vraagt creativiteit van agrarische ondernemers

Bodemvruchtbaarheid is een van de centrale thema’s binnen het project Vruchtbare Kringloop Noord-Holland. ‘De koers in de landbouw wordt steeds meer verlegd van traditionele landbouw naar een duurzame, “groene” landbouw. Het middelenpakket wordt smaller en bemesting ligt behoorlijk onder een vergrootglas. Dit vraagt om creativiteit van agrarische ondernemers om met groene en organische meststoffen de bodem op peil te brengen’, zegt Bart Bak, eigenaar van het groenteteeltbedrijf B4Agro in Warmenhuizen en deelnemer van Vruchtbare Kringloop Noord-Holland. Om meer inzicht te krijgen in de organische stofbalans van zijn huurpercelen besloot de groenteteler mee te doen aan het project. Hij teelt onder meer sla en bleekselderij en huurt percelen van akkerbouwers, bollentelers en melkveehouders om zijn gewassen op te telen. ‘Je doet je best om de bodemconditie op peil te houden, maar dat werd steeds moeilijker. In het project maak je inzichtelijk wie de haler is van organische stof en aan de andere kant wie organische stof op het land brengt. Dit helpt om samen een goede strategie uit te zetten.’ Basis voor goede gewasproductie Wim van Dijk van Wageningen University Research adviseert de deelnemende bedrijven onder meer op het gebied van bodemvruchtbaarheid. ‘Een gezonde bodem is de basis voor een goede gewasproductie.

24 april 2018|

Samenwerking tussen verschillende sectoren in Noord-Holland loont

In het project Vruchtbare Kringloop Noord-Holland hebben acht agrarische samenwerkingsverbanden de afgelopen twee jaar gewerkt aan het optimaliseren van de onderlinge samenwerking. Onderzoekers van Wageningen University & Research hebben de resultaten uit het project vertaald naar regionaal niveau. Hieruit blijkt onder meer dat samenwerking tussen agrarische bedrijven uit verschillende sectoren een positief effect kan hebben op de bodemvruchtbaarheid en dit zowel voor de melkveehouder als voor de akkerbouwer/bollenteler geld oplevert. In het project is bijvoorbeeld gekeken naar het verbeteren van de bodemvruchtbaarheid, rantsoenen, economische positie en samenwerking in relatie tot wet- en regelgeving. “Berekeningen laten een verschuiving zien van de organische stofaanvoer van de melkveehouderij naar de akker- en tuinbouw. Hierbij wordt aangetoond dat de organische stofvoorziening op bouwland vaak verbetert door de wisselbouw met gras en de mest die daarop wordt toegediend”, zegt Pieter de Wolf, die als adviseur van Wageningen University & Research betrokken is bij het project. Scheuren grasland In geval van samenwerking tussen akkerbouw- of tuinbouwbedrijf en een melkveebedrijf in Noord-Holland wordt een deel van het gras van de melkveehouder meestal geroteerd met akkerbouw- en tuinbouwgewassen. Dit leidt tot een hoger aandeel kortdurend gras. Het risico van stikstofuitspoeling kan beperkt worden door de stikstofbemesting van het

9 april 2018|

Wet- en regelgeving staat duurzame samenwerkingsverbanden in de weg

‘Er moet iets veranderen in de wet- en regelgeving rondom gemeenschappelijk landbouwbeleid en mest’, zegt Hans Scholte van Flynth. Hij is als adviseur betrokken bij het project Vruchtbare Kringloop Noord-Holland, waarbij gekeken wordt naar het optimaliseren van samenwerkingsverbanden tussen verschillenden sectoren. ‘Je ziet nu dat de regelgeving geënt is op het individuele bedrijf.’ ‘Dit betekent dat bij het beoordelen of een akkerbouwer, groenteler, bollenteler of melkveehouder voldoet aan de regels alleen wordt gekeken naar de individuele situatie, ook als beide partijen een samenwerkingsverband zijn aangegaan. Het effect hiervan is dat agrariërs ervoor zorgen dat alles administratief klopt. Op papier voldoen ze dan, maar staat gewenste samenwerking gericht op vergroening en duurzaamheid in de weg.’ Grondgebonden groei Vanaf 2016 hebben melkveehouders te maken met de regels vanuit de grondgebonden groei. ‘Als een melkveehouder nu zijn veestapel wil uitbreiden, heeft hij meer land nodig om aan deze regels te voldoen. Elke hectare minder op het bedrijf betekent ook dat er minder (fosfaat)ruimte voor dieren is. Terwijl in de praktijk dit land niet altijd allemaal nodig is voor de productie van zijn ruwvoer. We zouden dan liever zien dat deze grond efficiënt kan worden benut door een akkerbouwer of bollenteler. Vanwege vruchtwisselingseisen kunnen zij

30 januari 2018|

Sicco Mansholt als inspiratiebron voor Vruchtbare Kringloop Noord-Holland

Projecten LTO Noord begeleidt het project Vruchtbare Kringloop Noord-Holland, dat onder andere wordt gefinancierd door provincie Noord-Holland en GreenPort NHN. Het idee ervoor ontstond ooit bij een toneelstuk in een boerenschuur over het leven van oud-landbouwminister Sicco Mansholt. Daarbij kwamen de voordelen van een gemengd bedrijf aan de orde, onder andere vanwege de optimale benutting van grondstoffen en ook de extra mogelijkheden voor een goede vruchtwisseling. Juist de grote variatie aan agrarische sectoren in Noord-Holland maakt het interessant om naast grond kennis en ervaring uit te wisselen. Reden om organisaties met veel kennis, waaronder Wageningen University & Research, Flynth, Agrifirm en CONO Kaasmakers, bij het project te betrekken. Ton Kraakman van Projecten LTO Noord coördineert het initiatief en is optimistisch over de winst die valt te behalen door ondernemers. ‘Gaandeweg komen we erachter wat er economisch en bedrijfstechnisch mogelijk is. Het wordt voor sommige ondernemers steeds lastiger om voor bepaalde gewassen ‘vers’ land te vinden, ook omdat er meer kapers op de kust zijn. Door onderling een ruilschema te maken, wordt de continuïteit in de bedrijfsvoering van beiden vergroot. Ook dat is een pluspunt.’

15 januari 2018|

‘Allebei meer ruimte op gelijke oppervlakte’

'We hebben allebei meer ruimte op dezelfde oppervlakte.' Met die uitspraak vat Patrick de Wit de uitkomst van het project 'Vruchtbare Kringloop Noord-Holland' samen. Samen met zijn vader Tom en buurman Jan Dijkshoorn en zoon Rob stemmen ze sinds vier jaar de teeltplannen op elkaar af. 'Het vergt iets meer onderlinge afstemming, maar de voordelen zijn er ook naar', stelt akkerbouwer Patrick de Wit. De voorwaarden in Wieringerwaard zijn gunstig. De grondsoort is gelijk, de perceelgroottes zijn vergelijkbaar, terwijl diverse percelen ook nog direct aan elkaar grenzen. 'Als we zouden willen, kunnen we beweiden op de grond van de buurman', zegt melkveehouder Jan Dijkshoorn. In het project 'Vruchtbare Kringloop' bootsen deelnemers de situatie van het oorspronkelijke gemengde bedrijf na. Uit de samenwerking over de verschillende agrarische sectoren is veel winst te halen, is de gedachte. 'En dat komt uit', stelt Rob Dijkshoorn. 'Door te schuiven in het gebruik van de grond, kunnen we allebei iets ruimer boeren. Door goed te rouleren, lijdt de bodemvruchtbaarheid daar niet onder.' Begeleiding groot plusplunt Dat laatste is cruciaal. Daarom vinden de ondernemers de begeleiding door Wageningen University & Research, Agrifirm en Flynth een groot pluspunt. 'We kunnen bij hen onze vragen neerleggen. Zo monitoren we

15 november 2017|

‘Kringloopsamenwerking in Noord-Holland toont zeker potentie’

Samenwerkingsverbanden tussen ondernemers in verschillende agrarische sectoren leveren economisch rendement op. Dat blijkt uit een eerste tussenbalans in het kader van de Vruchtbare Kringloop Noord-Holland, begin deze maand. Volgens onderzoeker Wim van Dijk van de WUR heeft kringlooplandbouw zeker potentie, maar vragen de regels om veel maatwerk en goed samenspel tussen de deelnemers. Wat is een van de opvallendste conclusies? ‘Een belangrijke verschuiving die we waarnemen betreft het stijgende aandeel tijdelijk grasland in met name in het noorden van de provincie. Dit komt meestal in plaats van graan in het bouwplan van akkerbouwers, waardoor het aandeel hoger rendabele gewassen stijgt.’ Wat zijn de effecten? ‘Agronomisch gezien kan het de bodemvruchtbaarheid op bouwland een extra impuls geven. Aan de andere kant stelt het GLB-beleid ook een minimum aan het aantal hectares blijvend grasland. Dit mag op landelijk niveau niet meer dalen dan 5 procent ten opzichte van het referentiejaar 2012.’ Wat betekent de grondruil voor de verschillende sectoren? ‘We zien dat met name melkveehouders iets kunnen groeien. Ze krijgen de beschikking over meer grasland, het zij om te beweiden, dan wel om het te maaien. Aan de andere kant geeft het tuinders, akkerbouwers en bollentelers de beschikking over meer vers land

26 oktober 2017|