Het grootste voordeel van de samenwerking in VKNH is een grotere flexibiliteit voor de melkveehouder, vinden Stephen en Les Bos. In een interview in Nieuwe Oogst deelden zij hun ervaringen met de samenwerking. Zo blijkt uit het project dat een akkerbouwer beter land kan ruilen met een melkveehouder, dan dat hij zelf graan verbouwt als vruchtwisseling. Hierdoor kan de akkerbouwer meer pootaardappelen telen, terwijl de melkveehouder over meer grasland beschikt waarop hij bovendien zijn mest kan afzetten. Die zekerheid van genoeg grond en mestafzet is voor maatschap Bos belangrijker dan de hogere opbrengst die ze uit de rotatie halen.

Maatschaps Bos heeft een bedrijf met 170 melkkoeien, 70 stuks jongvee en 50 fokschapen. Ze hebben circa 90 hectare land tot hun beschikking en een stuk dijk waarop de schapen lopen. Het areaal grasland wisselt per jaar, omdat ze grond ruilen met een akkerbouwer en verhuren aan bollentelers. Deze constructie komt veel voor in Noord-Holland.
Stephen Bos is deelnemer aan VKNH, waarin de samenwerking verder is uitgediept. Daarbij is onder meer gekeken naar het organischestofgehalte van de bodem. Door met grasland te roteren en mest en compost aan te voeren, kan het organischestofgehalte op peil worden gehouden en de grond productief worden gehouden.

Land ruilen
Uit het project blijkt dat een akkerbouwer beter land kan ruilen met een melkveehouder en daarvoor aardappelland terugkrijgt dan dat hij zelf graan verbouwt als vruchtwisseling. Gerekend is met 12 hectare grasland voor 8 hectare pootaardappelen. Door deze ruiling kan de akkerbouwer meer pootaardappelen telen, terwijl de melkveehouder over meer grasland beschikt waarop hij bovendien zijn mest kan afzetten.

Zekerheid
De zekerheid van genoeg grond en mestafzet is volgens Stephen Bos belangrijker dan de hogere opbrengst die ze uit de rotatie halen. ‘Gras genoeg, maar er zit te weinig eiwit in’, zegt hij. Probleem is het dalende fosfaatniveau van de bodem, veroorzaakt doordat de onttrekking van fosfaat hoger is dan de onttrekkingsnorm. ‘Op fosfaatniveau zouden we nog wel mest mogen aanvoeren, maar we komen met de stikstof niet uit. Dat zie je vooral terug in de laatste snede, dan is het eiwit eruit.’

Eiwitrijke gewassen
Het lage eiwitgehalte van het ruwvoer zouden de ondernemers kunnen ondervangen door de teelt van eiwitrijke gewassen. Maar akkerbouwers zitten niet te wachten op vlinderbloemigen, omdat dat de kans op aaltjes verhoogt. ‘Je moet rekening houden met elkaar. We letten nu bijvoorbeeld meer op de bandenspanning met het oog op de bodemstructuur. De akkerbouwer teelt op zijn beurt vroege rassen, zodat we weer op tijd gras kunnen inzaaien na de oogst.’

Samenwerkingsverbanden
Het project ‘Vruchtbare Kringloop Noord-Holland’ richt zich specifiek op het aangaan van samenwerkingsverbanden tussen akkerbouwers/bollentelers en melkveehouders, vertelt projectleider Ilona Baan van Projecten LTO Noord. ‘Bij andere Vruchtbare Kringloop-projecten gaat het om de kringloop op het bedrijf zelf.’ In Noord-Holland zijn in het kader van het project zeven tot acht samenwerkingsverbanden ontstaan.

 

Bron: LTO Noord

Dit artikel is op 7 juli verschenen in Nieuwe Oogst